De idioot in het bad

De idioot in het bad, M. Vasalis 

Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,

Haast dravend en vaak hakend in de mat,

Lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,

Gaat elke week de idioot naar ‘t bad. 

De Damp die van het warme water slaat 

Maakt hem geruster : witte stoom…

En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,

Bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,

Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,

Hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst

En om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijdend. 

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,

Zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,

Zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden

Komen als berkenstammen door het groene opdoemen. 

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,

Hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,

Hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren

En hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij ‘t bad uitgehaald wordt,

En stevig met een handdoek drooggewreven 

En in zijn stijve, harde kleren wordt gsjord

Stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren

En wreed gescheiden van het veilig water-leven,

En elke week is hem het lot beschoren

Opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.


Link video: https://youtu.be/C4c1zR2Lc2c

Plaats een reactie